Interessante zaken
De wet Bibob is pas op 1 juli 2003 in werking getreden. Hoe een dergelijke wet in de praktijk gaat uitpakken is op zo’n moment nog maar helemaal de vraag. Dat wordt grotendeels in de daaropvolgende jaren bepaald door de rechter die in allerlei individuele zaken moet beslissen of de betreffende overheid binnen de grenzen van de wet is gebleven. Inmiddels hebben diverse rechters in het land al aardig wat uitspraken gedaan en wordt het steeds helderder hoe ver de macht van overheden reikt. Hieronder wordt een aantal interessante uitspraken belicht.
Charles Geerts
Nu zal iedereen die door de wet Bibob wordt getroffen de uitspraak in zijn of haar eigen zaak het belangrijkste vinden maar niemand zal ontkennen dat de uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tegen Charles Geerts een baanbrekende uitspraak was. Een van de eerste, zo niet de eerste, waar de gemeente door de rechter werd teruggefloten.
Nadat de gemeente op 20 juni 2006 aan Geerts liet weten dat ze van plan was om al zijn vergunningen op basis waarvan hij zelfstandige werkruimtes aan prostituees verhuurde in te trekken, heeft Geerts zeer uitvoerig en gemotiveerd verweer gevoerd tegen dit voornemen. Hij heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de beschuldiging dat zijn panden met ‘fout geld’ gefinancierd zouden zijn. Geerts heeft in dat kader de financiële handel en wandel van zijn bedrijven helemaal laten doorlichten. Dat heeft in eerste instantie allemaal niet mogen baten want de gemeente heeft ondanks alle verweren op 30 november 2006 besloten dat de vergunningen ingetrokken werden en dat Geerts de bedrijfsvoering onmiddellijk zou moeten staken.
De voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam haalde echter op 19 januari 2007 een streep door die beslissing en oordeelde dat ‘het gaat om complexe besluiten waartegen vele juridische en principiële argumenten zijn aangevoerd, die zich bij uitstek lenen voor behandeling in een bodemprocedure, zodat niet op voorhand op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld dat de bestreden besluiten in rechte stand zullen kunnen houden’. Vanuit juridisch oogpunt gezien is het jammer dat de gemeente het oordeel van de rechter in de bodemprocedure niet wilde afwachten en Geerts een zogeheten ‘offer you can’t refuse’ heeft gedaan. Het oordeel van de voorzieningenrechter liet kennelijk aan duidelijkheid niets te wensen over, waarop de gemeente eieren voor haar geld koos en Charles Geerts uitkocht.
Yab Yum
Een andere interessante procedure is ongetwijfeld de zaak van het bekende Amsterdamse luxebordeel Yab Yum. De burgemeester van Amsterdam Job Cohen (PvdA) besloot geen vergunning meer te verlenen, omdat rondom de overname van Yab Yum strafbare feiten - bedreiging en afpersing - zouden zijn gepleegd. Ook zou Yab Yum feitelijk zijn overgenomen door de Hells Angels. Het bordeel moest haar deuren sluiten. Op
4 november 2008 stelde de Rechtbank Amsterdam de burgemeester voor een belangrijk deel in het gelijk. Yab Yum bleef gesloten.
Zowel Yab Yum als de burgemeester gingen van deze uitspraak in beroep bij de Raad van State. Cohen, omdat hij het niet eens was met het oordeel van de rechtbank dat er onvoldoende bewijs was voor zijn stelling dat Yab Yum feitelijk in handen van de Hells Angels was. En Yab Yum, omdat de zaak dicht moest blijven en omdat men ontkende dat de Hells Angels de baas waren.
Op
8 juli 2009 oordeelde ook de Raad van State dat Yab Yum terecht is gesloten. Volgens de hoogste bestuursrechter was het voldoende aannemelijk geworden dat sprake is geweest van bedreiging en mogelijke afpersing met als doel het verkrijgen van Yab Yum. Er was bovendien een redelijk vermoeden dat de Hells Angels daarbij betrokken waren. De band tussen Yab Yum en de Hells Angels is sinds die tijd blijven bestaan, aldus de Raad van State. Onder de nieuwe eigenaar werd verder de beveiliging geregeld door de Hells Angels. De voormalige vicepresident van de Amsterdamse motorbende speelde ten slotte, aldus de Raad van State, een belangrijke rol binnen Yab Yum. Deze man had een crimineel verleden. Weliswaar was er op papier een andere eigenaar, maar volgens Cohen was dat niet meer dan een zetbaas. De Raad van State heeft Cohen gelijk gegeven en oordeelde dat er ernstig gevaar bestaat dat de vergunning (ook) zou worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Yab Yum is dan ook tot de dag van vandaag gesloten.
Groningen
Wat verder bij ons vandaan, maar ook vermeldenswaardig, is de uitspraak van de Raad van State van
27 februari 2008 in een zaak van de gemeente Groningen. Een seksondernemer uit de Groningse binnenstad had voor zijn vijf bordelen vergunningen aangevraagd. De toenmalige burgemeester Jacques Wallage (PvdA) weigerde deze te verlenen. Volgens het advies van het LBB zou er namelijk in die bordelen sprake zijn van vrouwenhandel, wapenbezit, wapenhandel en belastingontduiking. Tot een sluiting van de bordelen is het echter nooit gekomen. Net als bij Charles Geerts, stak de voorzieningenrechter daar een stokje voor. Tegen die uitspraak ging burgemeester Wallage in beroep. Hij werd echter ook door de Raad van State op de vingers getikt. Ook deze hoogste bestuursrechter vond dat er onvoldoende bewijs was voor ernstig gevaar voor criminele activiteiten.
Zandvoort
Dichter bij huis speelt de Zandvoortse zaak. Op
16 juni 2008 stelde de voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem de burgemeester van Zandvoort in het ongelijk. Ook hier dacht de burgemeester te kunnen vertrouwen op het negatieve advies van het LBB. Niets bleek minder waar. De voorzieningenrechter achtte niet aannemelijk dat de strandtent, waarvoor de vergunningen waren aangevraagd, gebruikt werd om geld wit te wassen. Ook geloofde de rechter niet dat de strandtent zou zijn gefinancierd door geld, afkomstig uit drugshandel. De voorzieningenrechter is streng, en zegt dat de burgemeester zijn besluit uitsluitend heeft gebaseerd op veronderstellingen en aannames. Hij had niet zomaar mogen koersen op de conclusies van het Landelijk Bureau BIBOB (LBB). De vergunningen moeten alsnog worden verstrekt.
Alkmaar
Op
12 november 2009 heeft de Alkmaarse Rechtbank in een zaak over de bordelen op de Achterdam - de Wallen van Alkmaar - een duidelijke grens getrokken als het gaat over het weigeren van een vergunning op grond van de Wet BIBOB. Seksondernemer Koos Nool vroeg nieuwe vergunningen aan voor zijn 92 prostitutieramen. De burgemeester van Alkmaar Piet Bruinooge (CDA) weigerde, gesteund door een negatief advies van het LBB.
Nool tekende met succes beroep aan bij de rechtbank. Volgens de burgemeester zouden de panden in kwestie zijn gekocht met gelden verkregen uit de Heinekenontvoering. Dit bleek echter uitsluitend uit één, niet nader op betrouwbaarheid onderzochte verklaring. De overige informatie leverde geen directe aanwijzing op voor dit vermoeden. Hiertegenover stond dat Nool wel gemotiveerd en met stukken onderbouwd had gesteld dat de panden zijn gekocht met geld met een legale herkomst. Ook het vermoeden dat de panden zouden zijn aangeschaft met drugsgelden werd gedocumenteerd weerlegd. De rechtbank achtte dat dan ook niet aannemelijk.
Uit een persbericht van de gemeente Alkmaar blijkt dat burgemeester Bruinooge inmiddels hoger beroep heeft ingesteld bij de Raad van State. Tegelijkertijd vraagt hij een nieuw advies aan het LBB. Op basis daarvan zal hij de door de rechtbank gevraagde nieuwe beslissing op het bezwaar nemen. Ondertussen kan Nool zijn exploitatie voortzetten op basis van een gedoogbesluit.
De rechtbank benadrukte nog dat het bestuursorgaan – de burgemeester - zelf geen onderzoeksbevoegdheden heeft en dus afhankelijk is van de informatie van het LBB. Indien de betrokkene de feiten in het BIBOB-advies gemotiveerd betwist of bezwaren richt tegen de betrouwbaarheid van de broninformatie, zoals Nool had gedaan, moet de burgemeester daar wel gemotiveerd op reageren. Het is dan dus vereist dat de burgemeester gerichte vragen stelt aan het LBB.
Door deze uitspraak van de Alkmaarse rechtbank, is er commotie ontstaan in politiek en bestuurlijk Nederland. Er wordt nu een reparatiewet voorbereid, die het mogelijk moet maken dat de burgemeester ook zelf vertrouwelijke informatie kan inwinnen over ondernemers. De gedachte is dat de kans op missers, zoals de Alkmaarse zaak wordt beschouwd, wordt verkleind. Het is maar zeer de vraag of dat ook gaat lukken. Lees hierover meer bij “
Wetgeving”.
Casa Rosso
Op 14 januari 2008 schreef de burgemeester van Amsterdam een brief aan Jan Otten, de uitbater van het werelddberoemde Casa Rossotheater op de Amsterdamse wallen. Hij kondigde daarin aan de vergunning te willen intrekken. Aan dat voornemen lag een advies van het LBB ten grondslag. Ook in het geval van Casa Rosso had het LBB ernstige twijfels bij de financiering van de onderneming en de panden waarin deze gedreven werd. Net als in de zaak tegen Geerts waren er geen klachten over de bedrijfsvoering zelf, daar was niks mis mee, de twijfels zagen louter op de gelden waarmee de panden en bedrijven indertijd waren aangekocht. Ook Jan Otten heeft uitgebreid verweer gevoerd tegen dit voornemen, ook hij heeft zijn bedrijf financieel helemaal laten doorlichten en de resultaten aan het gemeentebestuur ter hand gesteld. Kosten noch moeite zijn daarbij gespaard. Het LBB raakte niet overtuigd door de argumenten die Otten in stelling bracht. De burgemeester van Amsterdam wel. Tegen het advies van het LBB in, verleende hij Casa Rosso alsnog op 3 november 2009 de benodigde vergunningen.