Wetgeving
Omdat de mensen in het Haagse pluche (zowel in regering als parlement) zelden uit de ondernemerswereld afkomstig zijn (en daarin ook faliekant zouden mislukken) heeft de politiek zonder noemenswaardige oppositie een monster als de wet BIBOB kunnen creëren. Let wel: ik sta volledig achter het doel van de wet BIBOB, namelijk het voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Maar dat wat een noodzakelijke en zinvolle wet had moeten worden is zowel inhoudelijk als de wijze waarop deze wordt toegepast een schaamteloos gedrocht geworden. Kennelijk zijn nu uiteindelijk ook de ministers van justitie en binnenlandse zaken wakker geworden. In het najaar van 2008 kondigden zij in een brief aan de Tweede Kamer aan dat zij de wet willen aanpassen. Steeds vaker werd immers door bestuurders en juristen de noodklok geluid dat de wet en toepassing niet deugde.
In de procedures in Alkmaar, Groningen, Zandvoort en rond Casa Rosso in Amsterdam haalden de burgemeesters die op de rapportage van het LBB hadden vertrouwd bakzeil. Dat betekent dat ook zij inmiddels begrepen hebben dat ze zelf in het wapen kunnen vallen dat hen door het LBB wordt aangereikt om ondernemers zoals ik,
Charles Geerts, mee te slachten.
De ministers Hirsch Ballin en Ter Horst hebben inmiddels een reparatiewet aangekondigd waarin burgemeesters de bevoegdheid krijgen ook zelf vertrouwelijke informatie in te winnen over een bepaalde ondernemer en dus niet meer alleen afhankelijk zijn van het volstrekt incompetente LBB in Den Haag. Het is maar zeer de vraag of dit soelaas zal bieden. Het LBB was destijds opgericht juist om vertrouwelijke informatie vertrouwelijk te houden. Bovendien is een burgemeester, net als het LBB, niet geschoold en ervaren in het beoordelen en in de juiste context plaatsen van informatie uit – bijvoorbeeld – omvangrijke strafdossiers. Het trekken van verkeerde conclusies – wat bij het LBB gebeurt – kan een burgemeester dus net zo goed doen.
Eerder al hadden de ministers laten weten dat externe bezwarencommissies die uiteindelijk over een door de gedupeerde ondernemer ingediend bezwaar tegen een advies van het LBB moet beslissen ook zelf dat advies moeten kunnen inzien.
Tot dusverre is dat niet het geval. Het is van de gekke, maar waar! Je krijgt een brief van de burgemeester dat hij je vergunning niet verlengt op grond van een advies van het LBB. Je kan je tegen dat advies niet verdedigen, omdat je het niet krijgt. Je advocaten mogen het alleen inzien maar niet kopiëren of er onderdelen uit openbaar maken en de onderliggende stukken zijn niet ter inzage. Vervolgens teken je formeel bezwaar tegen de beslissing aan en legt de zaak voor aan een externe bezwaarcommissie. Die moet dan gaan beslissen over een advies dat zij eveneens niet heeft kunnen inzien!
Je vraagt je werkelijk af of de politiek in Den Haag op een andere planeet vertoefde toen ooit de wet BIBOB werd ingediend!!
Dat de ministers van justitie en binnenlandse zaken nu de wet willen aanpassen is goed nieuws. De vraag blijft alleen wat dit betekent voor al die ondernemers (en niet alleen in de horeca of seks industrie) die in het verleden door deze wet volstrekt onterecht van hun broodwinning zijn beroofd.
Worden zij alsnog schadeloos gesteld of wordt hun zaak heropend?
In de
brief van de ministers van 26 november 2008 kondigen zij aan dat zij de wet BIBOB willen uitbreiden naar de vastgoedsector (inclusief grondtransacties) waarbij een overheid is betrokken en naar de exploitatie van speelautomaten en het vestigen/exploiteren van winkels met spullen voor druggebruikers.
Ik vind dat men een goede en rechtvaardige wet BIBOB tot elke onderneming zou moeten kunnen uitbreiden. Van het sekstheater tot de buurtsuper in Osdorp. Hoe meer controle hoe beter. De vraag blijft echter: wie controleert de controleur? Hoe kan men zien of het advies deugdelijk in elkaar zit en hoe waarborgt men de rechten van een ondernemer die in een fatsoenlijke rechtsstaat voor onschuldig gehouden moet worden?
Om ondernemers in ons land zonder enige vorm van proces hun broodwinning te kunnen ontnemen moet men zeventig jaar in de geschiedenis teruggaan. Die periode heeft vijf jaar (dus vijf jaar te lang!) geduurd. De wet BIBOB bestaat inmiddels langer!!